woensdag 15 oktober 2014

Vorstelijk bezoek

De middagpauze kondigde zich aan onder grauw maag-gerommel, edoch ik verkoos om eerst een klein tukje te nemen teineinde de academische voormiddag te verwerken.
Afgezonderd, op een weinig gefrequenteerde locatie rond de faculteit, lag ik zodoende even een uiltje te knappen, desalniettemin de audiosensorische stimulantia in acht nemend.
Zo ontwaarde ik een roepende Tjiftjaf, en zonder er veel bij na te denken floot ik zijn roepje terug, om te volgen met een imitatie van een Bladkoning. Het werd eens tijd om die soort te vinden, gezien dat in 5 jaren van vrij gedreven vogelen nog niet gelukt is.

Hoe onwaarschijnlijk dat mijn sjofele imitatie van dat roepje een antwoord bracht, zo verstomd schoten mijn ogen open in absolute verbazing. Zulke momenten rechtvaardigen het quasi continu meesleuren van observationele hulpmiddelen, Bladkoning mooi in het kijkerbeeld en z'n roep vervat op een geheugenkaart.

"Anything can turn up anywhere at anytime" - The Urban Birder
Sonogram Bladkoning roep

zondag 5 oktober 2014

De episode met de velduil

Na een lange dag van ploeteren in velden vol vogels waren wij als sluitstuk zwervende in de buurt van een zeker Oud Vliegveld in Waasmunster. Dit open gebied op de Cuesta van het Waasland was door ons reeds bekend en bemind als wekelijkse trektelpost in het prille najaar. Trektellen is de meest geestdodende verrichting voor een mens. Om de kommer en kwel van deze zieltoging te ontlopen is het echter een gewoonte geworden om a priori hallucinogene zaden van de doornappel te consumeren; een Onafhankelyke Vogelaar is een echte natuurmens.

Honnige paapjes bestudeerden ons vanuit hun minnelijke observatoria terwijl wij een waardige afsluiter van de dag ambiëerden ofschoon wij weinige uren voordien reeds kennis hadden mogen maken met drie ontroerende tapuiten en een meest majestueuze wespendief; een Onafhankelyke Vogelaar is nooit tevreden.

Verbouwereerdheid alom toen wij een bezonnen velduil mochten aanschouwen, vertoevend op zowiets geesteloos als een houten paal. Een eerste impressie was dat wij hallucinerende waren na het eten van doornappelzaden; proviand voor een echte natuurmens. Al snel moesten wij deze indruk bijstellen. Een echte velduil deed zich aan ons voor als een mantra; strooigoed voor de geest van een Onafhankelyke Vogelaar.

Meeslepende gele ogen, onvergelijkelijk, behoudens de verheven sterren des hemelgewelf.
Asio flammeus